AVRAHAM, een joodse visie als inbreng in interreligieuze kennismaking

Als de Joodse bijbel, de Tora , het verhaal van de schepping heeft verteld en het verhaal van Noach en de zondvloed, verlaat het geschrift de sfeer van mythen en sagen. Het betreedt de geschiedenis. We zoomen in op een specifiek individu, dat nauwkeurig wordt gevolgd in zijn persoonlijke en spirituele ontwikkeling gedurende de vele wederwaardigheden van zijn leven.
In de geschriften en gebeden wordt Avraham wél aangeduid als ‘Avraham avinoe’, Avraham onze vader. Het Joodse volk en het Jodendom ontstond eigenlijk pas met de uittocht uit de slavernij in Egypte, de Exodus onder Mozes, die vaak gesierd wordt met de toevoeging ‘rabbenoe’, onze leraar. Maar met Avraham wordt de kiem van het jodendom gelegd en de mogelijkheid van het volk Israel geboren. En tegelijk begint ook de ontvouwing van een bepalend stuk culturele en religieuze geschiedenis van een hele wereld.

1. de eenheid van het scheppend principe

Wat is er nou bijzonder aan Abraham (Avraham)?
Bij Avraham brak het werkelijk nieuwe inzicht in de eenheid van het scheppend principe in al zijn volheid door. In de nanacht van de betoverde, chaotische wereld van magisch bezielde natuur en de versplinterende fantasieën van met willekeur heersende halfgoden en afgoden brak het heldere licht door van een onderliggende al verbindende eenheid.
Avraham staat voor de eerste mens, die de illusie van de afgoden doorzag. Een misschien van tijd tot tijd wel angstig inzicht maar – zeker in die periode - een inzicht van zo'n nieuwheid en een ervaring van zo'n geweldige ruimtelijkheid, dat het individu dat dat inzicht durfde omhelzen en die nieuwe ruimte durfde betreden een naam heeft gekregen in de geschiedenis: Abraham, hebreeuws dus: Avraham).

Er zijn dan ook in de joodse verhaaltraditie mooie toevoegingen aan het Abrahamverhaal gekomen, zoals gebruikelijk bij wereldse en spirituele helden, zoals dat over koning Nimrod, in de legende een tijdgenoot van Abraham en fanatieke beschermer van de afgodendienst, Nimrod, die als een Farao of een Herodes avant la lettre – of is Herodes après la lettre? - gebood de vroedvrouwen iedere pasgeboren zoon te doden. Daarom bracht Abrahams moeder haar kind in het geheim ter wereld, in een grot. De baby kon meteen al spreken en zond zijn moeder weg, want een engel zou hem verder beschermen. Twintig dagen later trof de moeder bij de grot een jongeman,die naar de hemel keek en diep nadacht om de ware God te leren kennen, het was haar in twintig dagen volwassen geworden zoon Abraham. De legende wil ook, dat zijn vader Terach winkelier was die handelde in afgodsbeeldjes.
Toen Abraham een keer op de winkel moest passen heeft hij ze stukgeslagen met een stok, die hij daarna plaatste in de hand van het grootste afgodsbeeld.
Toen Terach terugkwam vroeg deze geschrokken:
- wat heb je gedaan?
- ach, een vrouw kwam koeken als offerande brengen en de beeldjes kregen ruzie over wie het eerst mocht eten en het grootste beeld heeft toen de andere stukgeslagen.
- neem me niet in de maling, die beelden weten toch niets!
- horen je oren wat je mond zegt? zei de jongen Abraham toen.

Het zijn allemaal mooie verhalen, zonder twijfel gegroeid uit de behoefte om de uitverkiezing van Avraham te verklaren en te voorzien van een passende heroïsche voorgeschiedenis.
Want in de Tora zelf staat er niets over Avraham en zijn persoonlijke verdiensten, als de woorden klinken, die de intrede vormen van het Joodse volk in de geschiedenis: “Lech lecha, ga weg uit je land, van je geboortegrond en uit het huis van je vader, naar het land dat ik je zal wijzen.”
Van Noach wordt gezegd, als hij wordt gespaard van de ondergang, dat hij een rechtschapen man was, onberispelijk onder zijn tijdgenoten. En ook de kwaliteiten van Mozes komen in de Tora al naar voren, alvorens hij wordt geroepen tot zijn nieuwe taak als leider naar de bevrijding.
Maar Avraham wordt plotseling, zonder verklaring, geïntroduceerd: Lech lecha, ga weg uit je land. De jonge Avram was mogelijk geen uitzonderlijke hoogverheven man. Hij kon en kan iedereen zijn. Hij was geen uitzonderlijke hoogverheven man, totdat de roep “Lech lecha!” hem dat opriep te zijn en dat waar te maken.

2. Vertrouwen: Lech lecha! Verlaat je land!

Avraham vertrouwde de stem die hij hoorde. Lech lecha! Verlaat je land! Spiritueel gezien was die eerste etappe uit Charan richting Kena'an ‘a great step for a man, but a giant leap for humanity'. Eigenlijk echoot die roep van ‘Lech lecha' sindsdien door alle eeuwen tot hen die een belangrijke beslissing moeten nemen, tot hen die voor onbekend terrein in hun leven staan en dat nieuwe gebied moeten binnentrekken. Het gold en geldt zeker voor het Joodse volk dat zo vaak steeds opnieuw letterlijk weer verder moest trekken.
De roep klinkt door aan ieder die voor de grens van een volstrekt nieuw levensgebied is komen te staan en moet beslissen. Dan is het goed om scherp te luisteren en te horen of er een stem zegt: Lech lecha. Ga! Letterlijk betekent ‘Lech lecha’ ‘Ga voor jezelf’, je zou kunnen zeggen ‘Go your own way’, Ga je eigen weg, al betekent die apart van de massa.

Ik ga nog even door over die eerste zin, omdat die ook aardig illustreert hoe joodse bijbelcommentatoren de bijbel kunnen uitleggen.
Een voorbeeldje van bijbeluitleg (naar R. Simon Jacobson)
In de joodse opvatting zijn formuleringen in de Tora nooit voor niets zó gesteld, ieder woord heeft een boodschap. Uit deze parasha (Bijbelhoofdstuk, Parashat Lech lecha , Bereshiet/Genesis 12-18)) geven we een voorbeeld. (Gen. 12:1)
Door de opdracht aan Abraham, "Verlaat je land, je geboorteplaats, het huis van je ouders, en ga naar het land dat Ik zal je laten zien," gaf God ons, zijn nakomelingen, aan dat we drie vormen van subjectiviteit moeten achterlaten, als we de reis van zelf-ontdekking aanvaarden:

"Uw land" vertegenwoordigt het eerste niveau van de subjectiviteit - de invloed van de maatschappij en gemeenschap, en de druk van onze vrienden en bekenden, die ons diep en intens beïnvloeden. We willen allemaal aardig gevonden te worden en geaccepteerd door anderen, en we passen ons gedrag dienovereenkomstig aan.

Het "huis van je ouders" staat voor het tweede niveau van de subjectiviteit de invloed van de ouders, die zo subtiel is dat we die vaak niet eens herkennen. Vaak beseffen we niet hoe diep de houding en opvattingen van onze ouders onze eigen houding en gedrag doordringen, ten goede en ten kwade.

"Uw geboorteplaats" staat voor het derde niveau van de subjectiviteit, de ingeboren zelf-liefde. Ieder mens is verblind door zijn of haar zelfzuchtige belangen, niemand is daar immuun voor.

3. ethische opdracht

De stem die Abraham hoorde was niet zomaar een metafysisch fenomeen; het was een stem die uitnodigde tot indringende overdenking over wat goed is om te doen, over wat rechtvaardig is. Ook in die zin was dat een revolutionaire vernieuwing in relatie met de godsdiensten in dat oude Midden-oosten met zijn grillige en amorele goden.
Abraham gaat in discussie met die stem, over de aanstaande vernietiging van Sedom en Amorra en de onschuldigen, die misschien zouden worden meegesleept in het harde oordeel over de schuldigen ( Gen.: 18:22 e.v.) Het is een discussie over wat gerechtigheid is en de morele afweging die daarbij hoort. Bij Abraham zien we de verbinding ontstaan van religie en ethische opdracht. Religie dat is niet alleen ritueel maar ook hecht daarmee verbonden een juiste levenswandel. Dat is de doordringende invloed, die doorwerkt in Jodendom en daarna christendom en islam. Abrahams leven geldt in Jodendom als een lichtend voorbeeld. En als ‘Jood avant la lettre’ kan hij dialoog en debat niet nalaten. Jodendom is voortdurend bevragen, in Frage stellen.

4. Avraham als exempel

Avraham staat aan een puur begin. Er waren nog geen geschriften, nog geen commentaren op geschriften en commentaren op commentaren op geschriften. Er was nog geen baaierd van wettische voorschriften of een Halacha, joodse wet. Avraham was geen wetgever als Mozes, geen profeet. Hij was niet missionair bezig en wilde niet bekeren en leverde geen strijd met de belijders van andere goden en riten om hem heen. Zijn betekenis voor later ligt vooral in een exemplarisch leven in een complexe wereld, waarin hij geslingerd werd tussen de eisen van een aards leven en de intriges van dit ondermaanse en de opdrachten en eisen vanuit uit de transcendente wereld, zoals die zich in zijn innerlijk wilden onthullen. Als zodanig geeft hij generaties na hem tot nu herkenning en inspiratie.
Van de markante momenten in het verhaal van Avraham, die door latere commentatoren zijn uitgelicht als voorbeelden van deugdzaamheid licht ik er één uit: de bijzondere scene en een topervaring in Abrahams leven, waarin de deugd van gastvrijheid ons wordt voorgeleefd.
18:1 Daarna verscheen de EEUWIGE aan hem bij de eiken van Mamre, toen hij in de ingang van de tent zat en de dag heet werd. 2 Hij sloeg zijn ogen op, en keek, en zie, er stonden drie mannen voor hem. Toen hij hen zag, liep hij hun snel uit de ingang van de tent tegemoet en boog zich ter aarde.
De ene uitleg zegt: De Eeuwige verscheen hem in de vorm van drie mannen. De andere uitleg zegt, eerst verscheen de Eeuwige aan hem en toen pas onafhankelijk daarvan de drie mannen/engelen.
De eerste uitleg laat zich dan omschrijven als een ontmoeting van Abraham met de goddelijke aanwezigheid in de gestalten van drie voorbijkomende mannen. Dat maakt een verdere interpretatie mogelijk in termen van hedendaagse filosofie en theologie. In de ander ontmoet je in laatste instantie de of het allerhoogste (Levinas: “In het ontvangen of verwelkomen, acceuil, van de Ander ontvang ik de Allerhoogste” )*).
In de versie van de tweede uitleg moet Avraham zich losmaken uit de gemeenschap met de goddelijke presentie om de voorbijkomende reizigers te ontvangen en gastvrijheid te bewijzen. Die tweede uitleg is eigenlijk mooier want hij benadrukt het belang van gastvrijheid nog meer. De oude wijzen zeggen op grond van deze interpretatie: de daad van gastvrijheid is groter dan de verwelkoming van de goddelijke aanwezigheid (gedola hachnasat orchiem joter me-kabbalat pné ha-sjechina). Bijbelcommentator Nechama Leibowitz zegt: “Gastvrijheid, de grondtoon van deze passages, vormt het klassieke voorbeeld van liefde voor de mensheid, altruïsme en goede daden in het algemeen. (....). In de bovenstaande uitspraak van de Wijzen is de mening verkondigd dat praktische goede daden voorrang hebben boven alle abstract geestelijke genietingen. Onder de indruk van deze openbaring van de goddelijke aanwezigheid en de oneindige eer aan hem bewezen, haastte Abraham zich met gretigheid, om zich van de plicht der gastvrijheid te kwijten aan de drie vreemdelingen die langs de weg stonden. Hij bleef geen moment hangen in het net van mystieke gemeenschap met zijn Schepper, maar haastte zich om zich bezig te houden met de praktische taken, die nodig zijn om een welkom te bereiden voor een paar vermoeide en afgematte reizigers, die behoefte hebben aan voedsel, onderdak en rust.” **)
Een onderscheid tussen spiritualiteit en heiligheid ligt in de handeling. Spiritualiteit kan de vorm aannemen van een volledig meditatieve ervaring, los van de materiële wereld. Heiligheid betekent dat je de taak op je neemt om het leven in de materiële wereld te transformeren (R. Jacobson)

De universele Avraham

Verscheidene passages in de Tora houden in, dat in Avraham de volken van de wereld zullen zijn gezegend (zoals in de eerste zegening in Genesis 12:3, niwrechoe bechá kol misjpachot ha-adama). Bijbelprofessor Umberto Cassuto signaleert: “we hebben hier de eerste toespeling op het concept van universaliteit dat inherent is in het geloof van Israel, dat verder ontwikkeld zou worden in de leringen van de profeten”.
Niet alleen voor de joden, ook voor alle volken is Avraham een voorbeeld van geloof en een inspiratie voor levenswandel. Zowel in het Christendom als in de Islam wordt hij boven zijn joodse context uitgetild.

De apostel van het christendom, Paulus, wijdt een bij theologen beroemde passage aan Abraham. In zijn brief aan de Romeinen legt de nadruk op het onwankelbare geloof van Abraham in de Altijdzijnde. Als ik het goed begrijp komt het hier op neer. Niet omdat Abraham zulke goede daden heeft verricht werd hij door God gerechtvaardigd, niet om zijn verdiensten, maar louter doordat hij op God vertrouwde, dat was al genoeg. En omdat hij al gerechtvaardigd werd toen hij zich nog niet had besneden en er sowieso toen nog geen geheel van wettische voorschriften bestond, is ook voor hen die niet besneden zijn – lees de niet-joden c.q. de christenen - het geloof in God – en natuurlijk voor de christenen in Jezus - voldoende en het is voor rechtvaardiging niet nodig, dat je je aan allerlei voorschriften – lees de Joodse wet – houdt.

In de Koran speelt Avraham een belangrijke rol, in vele passages treedt hij op. Uit het artikel van Kuschel haal ik een belangrijk citaat uit de Koran: “65. O, mensen van het Boek, waarom redetwist gij over Abraham, wanneer de Torah en het Evangelie eerst na hem werden geopenbaard? Wilt gij dan niet begrijpen? 66. Ziet, gij twist over hetgeen, waarvan gij kennis hebt. Waarom twist gij dan (eveneens) over hetgeen, waarvan gij geen kennis hebt? Allah weet en gij weet niet.
67. Abraham was noch een Jood, noch een Christen, maar hij was een oprecht Moslim. En hij behoorde niet tot de afgodendienaren.” (Soera 3: 65-68)
Het blijkt te staan in het hoofdstuk Al Imraam, o.a. een voor joden weerbarstige verhandeling over ‘het volk van het Boek’. Maar in bovengeciteerd vers ligt wel een helder statement: Abraham ging vooraf aan Tora, Evangelie en ook aan de Koran. Hij was ‘een vriend van God’.

Prof. Kuschel neemt deze soera als uitgangspunt voor zijn pleitrede voor een Abrahamitische spiritualiteit en oecumene. In zijn interreligieuze werk vindt hij zijn grondslag in de verhalen van Abraham, zoals zij verteld worden in de Tora, in het Nieuwe Testament en in de Koran. In de verhalen over Abraham komt – zo stelt hij – iets tot uitdrukking dat als grondhouding van mensen tegenover het heilige, het Absolute, tegenover God ook in andere religies te vinden is: de kracht om op grond van radicaal vertrouwen op God op te breken en iets nieuws te wagen. Dit ziet hij als Abrahamitische spiritualiteit, het radicaal vertrouwen om ondanks de deprimerende geschiedenis van conflict en geweld tussen de religies en tegen de verleiding van berusting in, vol te houden en met erkenning van verschillen steeds te zoeken naar gemeenschappelijke grond.

Biedt de Tora nog episoden, die inspireren tot een vredelievend samengaan van mensen van verschillende religies? In Genesis 25 wordt de laatste episode in het leven van Avraham beschreven. Hij neemt waarachtig nog een tweede vrouw, Ketoera en krijgt nog vele zonen bij haar, inderdaad, een vader van vele volken is hij. Hij wordt begraven door zijn twee oudste zonen, Isaac en Ismaël (Gen. 25:9). Aan het graf van hun vader ontmoeten de twee rivalen elkaar weer, dat is een hoopgevend metafoor.
Als Avraham met zijn neef Lot is vertrokken uit Charan ontstaat er een conflict over de weidegrond voor hun vee. (Gen. 13). De herders maken ruzie met elkaar. Er is te weinig levensruimte voor beiden. Dan zegt Avraham zoiets als: laten we toch geen ruzie maken, wij zijn immers mannen die broeders zijn! Ligt heel het land niet voor je open? Er is ruimte genoeg voor ons beiden, ga jij naar links dan ga ik rechts en ga jij rechtsaf, dan ga ik linksaf.
Dat kan ook dienen als metafoor: er is ruimte genoeg voor allen, als we dat maar zien en elkaar dat gunnen. Eerst moeten we als joden, christenen en moslims ophouden ruzie te maken en elkaars waarheden aan elkaar op te dringen, stoppen met elkaar te onderdrukken en zelfs te doden. Dan kunnen we elkaar de ruimte gunnen, elkaars verschillen respecteren, dan kan een ontmoeting en werkelijke kennismaking zich ontwikkelen.
In Dieren is daar een dapper begin mee gemaakt.
Misschien gloort er dan iets als een oecumenisch gebeuren onder het patronaat van Abraham.

noten
* deels neem ik dit geparafraseerd over uit Mock’s artikel over Avraham in “Voetsporen”
** vertaald uit: Nechama Leibowitz: Studies in Bereshit/Genesis, p.162,

geraadpleegde literatuur

A.S. Onderwijzer, De Pentateuch met commentaar van Rashie, Importantia Publishing, 2007 (herdruk van uitgave van Creveld & Co, Amsterdam, 1898-1901)

Gunter Plaut (ed), The Torah, a modern commentary, Union of Reform Judaism, New York, 1981

Nehama Leibowitz, Studies in Bereshit/Genesis, WZO, 4e druk, 1981

U. Cassuto, A commentary on the book of Genesis, part two, from Noah to Abraham, Magnes Press, Jerusalem, 1977

Leo Mock, Praktische uitwerkingen voor een Abrahamitische oecumene, in: In de voetsporen van Abraham, vele bijdragen aan symposia 2003 en 2004 te Nijmegen, Damon, 2004

Karl Josef Kuschel, Op weg naar een Abrahamitische spiritualiteit en oecumene in: In de voetsporen van Abraham, vele bijdragen aan symposia 2003 en 2004 te Nijmegen, Damon 2004

R. Cassuto, bijbelcommentaren op zijn website http://www.robcassuto.com/



de eenheid van het scheppend principe

vertrouwen

ethische opdracht

Avraham als exempel

de universele Avraham

noten