|
In korte essays zal ik beknopt iets Joodse feesten vertellen.
Eerst over het
Pesachfeest, als geschiedgebeurtenis, als gemeenschapsfeest, als feest in het teken van persoonlijke bevrijding, en het Pesachgebeuren als allegorie voor de weg van de ziel door de fysiek-psychische wereld.
Dan over Soekot, het loofhuttenfeest als seizoensfeest, geschiedenisfeest en spiritueel feest
|
PESACH: FEEST VAN DE BEVRIJDING
Pesach: feest van de geschiedenis
In het voorjaar – dit jaar laat in verband met de schrikkelmaand Adar 2 - vieren wij weer Pesach. We herdenken de bevrijding van het volk Israël uit de Egyptische slavernij, lang, lang geleden….
De afstammelingen van Jacob, de “Benee Jisraël”, ooit in Egypte, vluchtend voor de hongersnood, aangeland, waren in de loop van ruim vierhonderd jaar uitgegroeid tot een groot volk, maar gaandeweg tot slavernij gebracht en steeds wreder onderdrukt; onder de profetische leiding van Mozes en in een reeks wonderlijke gebeurtenissen worden zij door Far'o vrijgelaten en beginnen zij een reis door de woestijn op weg naar Sinaj waar de volkswording zijn beslag krijgt in het verbond met de Eeuwige die hen naar hun vrijheid geleid heeft.
Archeologisch is er maar weinig voorhanden dat wijst naar de historiciteit van deze wonderlijke geschiedenis. Onze enige bron is het verslag van de Tora.
Volgens de bijbelcommentator Umberto Cassuto wordt de basis van het boek Exodus gevormd door een oorspronkelijk veel ouder episch gedicht, dat de slavernij en de bevrijding beschrijft. Inderdaad ademen vele woorden van dit boek een onontkoombare authenticiteit en tijdloze poëzie.
De Joodse theoloog en filosoof Martin Buber vat het op als een bijzondere sage, waarbij de kern wordt gevormd door het ‘enthousiasme van overweldigende aan het volk overkomen gebeurtenissen' en dit enthousiasme, dat aanleiding gaf tot de herinneringen die de sage vormden, is wel degelijk een deel van de geschiedenis; in die zin zijn de gebeurtenissen rond de uittocht tot en met Sinai niet de historisering van de mythe maar juist veelmeer een mythisering van de historie.
Hoogtepunt in het verhaal van de uittocht is het maal rond het pesachlam, het maal samen genoten, vlak voor het ijlings vertrek uit Egypte in de nacht dat alle eerstgeborenen, behalve die van Israël, werden getroffen.
Volgens Buber e.a. zou Mozes het oude Semitische herdersmaal hebben omgevormd. Dit maal werd in de lente gehouden, waarbij eerstgeboren bokjes werden geslacht en de demonen werden geweerd door het bloed van de bokjes aan de tentpalen te smeren. Het woord Pesach komt van het werkwoord "pasach", dat pas later "overslaan om te ontzien" is gaan betekenen; nog oorspronkelijker betekende het huppelen van het ene been op het andere en kan het geduid hebben op een rituele reidans ("chag" = "feest" betekent ook oorspr. reidans), die wellicht ook werkelijk is uitgevoerd en die de uittocht al voorafspiegelde. Met deze omvorming door Mozes van het lentefeest is, aldus Buber, Pesach van een ritueel bezwerend feest het ‘Geschiedfeest' bij uitstek geworden.
Pesach: feest van de gemeenschap
Pesach is vooral ook het feest waarin wij met familie, vrienden en leden van onze plaatselijke gemeenschap samenkomen, samen spreken en samen genieten.
Na de verwoesting van de Tempel is het feest verplaatst naar de woning en centraal kwam de feestelijke maaltijd te staan, waarin van generatie op generatie het bevrijdingsverhaal verteld wordt: de Seider en het boek waarin het maaltijdritueel met al zijn oeroude teksten beschreven staat, de Haggada, is na de Tora en de Sidoer het meest populaire Joodse boek.
Het is de bedoeling, dat niemand op die eerste of tweede Seidermaaltijd alleen eet: ‘iedereen die honger heeft, kan binnenkomen en meeëten; iedereen die zelf niets heeft kan met ons mee Pesach vieren', zo begint de Haggada. Pesach is het feest waarin we weer goed beseffen dat wij van slaven een gemeenschap zijn geworden, een gemeenschap van intrinsiek vrije mensen en zó genieten wij van ons samenzijn. Wat aandoenlijk symboliseert de Haggada dat nog steeds met een symbool uit de Romeinse tijd: wij drinken de voorgeschreven vier bekers wijn nog altijd leunend op de linkerarm, zoals de rijke Romeinse burgers dat deden, aanliggend aan hun lage tafels tijdens hun symposia, waaraan de Seider nog steeds naspeurbaar aan is gemodelleerd.
Eigenlijk is het passend bij iedere Seider te denken aan alle omgekomenen, wier schreeuw om bevrijding niet is beantwoord.
Pesach: feest van de doorgaande bevrijding .
‘In iedere generatie ben je verplicht jezelf te zien alsof jijzelf uit Egypte bent vertrokken', staat er in de Haggada.. Je herbeleeft niet alleen de tijd van toen, maar beleeft ook het nu. We overstijgen de historische details van ooit naar nu. Het proces van bevrijding uit slavernij naar werkelijke vrijheid is nooit afgelopen.
In hoeverre is er nu nog sprake van onderdrukking?
Op vele niveaus is het niet moeilijk, ook niet in de relatief vrije maatschappij waarin wij in Nederland leven, sporen van onderdrukking te traceren. Op veel plaatsen in de wereld liggen symptomen van onderdrukking openlijker aan de oppervlakte. Laat dit eens onderwerp zijn in een fase van de Seider: waar speelt onderdrukking? Waar in de wereld, de maatschappij, in de buurt, in je persoonlijk leven? Waar is nog sprake van onvrijheid, discriminatie, vervolging, antisemitisme? Waar is er bij jezelf nog dwang om dingen te doen,
die je niet wil, om te zwijgen waar je wil spreken? Waar wordt je weerhouden te doen wat jou werkelijk goeddunkt, waar wordt je geblokkeerd om het beste in jezelf te manifesteren?
Pesach:
feest van de innerlijke bevrijding
Hieronder
wil ik proberen heel kort een visie te geven op dit verhaal,
geïnspireerd op de esoterische opvatting, dat de geschiedenis
van Israël in Egypte en de verlossing uit de slavernij
een diepere betekenis heeft voor de gang van de mens door het
leven in deze wereld, anders gezegd dat het verhaal een allegorie
is van de weg van de ziel door het fysieke bestaan.
'Israël' staat dan voor onze essentie, voor onze werkelijke
bestemming, voor onze ziel.
In
een onontkoombaar verlangen om te beleven, ervaren, te leren
daalt de ziel af in de fysieke wereld, incarneert in de materie,
dit is de aankomst van Jacob - Israël - en zijn door hongersnood
gedreven directe afstammelingen in het voedselrijke Egypte;
met deze aankomst begint het boek Exodus .
Na een aanvankelijk voorspoedig uitgroeien en opgroeien dringt
de materiele wereld zich met zijn eisen, druk, ontberingen en
verleidingen steeds onvermijdelijker op. Steeds meer wordt het
volk Israël – onze essentie – in een nauwer fysiek en psychisch
keurslijf gedwongen. Opvoeding, vorming en andere ingrijpende
lotgevallen, die ons overkomen doen ons steeds meer accommoderen
aan het systeem, tot in die mate dat we ons bijna geheel geïdentificeerd
hebben met dat omringende en onderdrukkende systeem; het systeem
hebben we zelfs binnen onszelf hebben gehaald, het heeft ons
bezet.
Dit onderdrukkende systeem, dat we nodig denken te hebben voor
onze overleving in de fysieke wereld, wordt in de verschillende
psychologische en esoterische richtingen wel genoemd:
het ego, of: de persoonlijkheid (soms ook: karakter). In het
pesachverhaal wordt het belichaamd door Farao en zijn slavendrijvers,
de Egyptische opzichters.
Vaak
zijn we onze meest eigen essentie geheel vergeten;
hij ligt verborgen achter vele schillen (‘klipot'in de Joodse
esoterie) van het ego. We zijn bijna helemaal ons ego geworden,
meer Egypte dan Israël, voor de goede verstaander. Het
is een onvermijdelijke fase van de weg van de ziel door de wereld
van de noodzaak, het lot, de macht, het geld, de seksuele afleidingen,
(de afgoden in het bijbelverhaal).
Maar
helemaal vergeten en ontkennen van de ziel is ook onmogelijk.
Uiteindelijk is daar, op die plek, de kern van ons levensbeginsel.
Het kan er dan toe komen, dat – vaak ondershuids – de benauwenis
ondraaglijk wordt, de pijn doorbreekt - ‘de kinderen van Israël
schreeuwden het uit en hun hulpgeroep steeg op tot G-d' (Ex.
2-23). Na lange tijd was dit wellicht het eerste werkelijke
gebed om hulp.
Die
hulp komt in de vorm van Mozes, de innerlijke gids, die als
krachtig brandpunt zich in ons openbaart en diep in ons weet
en wil wat het beste is voor de ontvouwing van onze onderdrukte
essentie. Als we open staan voor die stem - vaak hoor je hem
nauwelijks, je moet je afstemmen om er contact mee te krijgen
- dan krijg je idee over de weg die te gaan is.
Maar
de strijd is nog niet beslist. Het echte gevecht is net begonnen.
Het ego is hardnekkig. Het vindt zich onmisbaar. Het kan weliswaar
niet zonder de vitaliteit en de essentie van de ziel, maar het
wil wel absoluut de baas blijven. Er zijn misschien wel meerdere
crises ( psychische dieptepunten, tegenslagen, soms zelfs verliezen,
ziekten, kortom: de plagen, in het hebreeuws de ‘makot') nodig
om het ego (‘Farao') te brengen tot erkenning, dat niet hij maar
G-d is te dienen en dat ego te brengen tot vrijlating van ons
diepste verlangen, op weg te gaan naar wie we in wezen zijn.
Dan
ligt de leegte van de woestijn open. De problemen zijn nog niet
voorbij, maar het zijn onze eigen authentieke problemen.De zekerheid
van het systeem hebben we niet meer en iedere dag moeten we
opnieuw vertrouwen schenken.
Lees het oude bijbelverhaal eens opnieuw vanuit deze optiek
en je vindt nog veel meer aanrakingspunten.
Rob Cassuto
(geraadpleegd
o.a.: Haggada, Ten Have, Baarn; U. Cassuto, A commentary on
the Book of Exodus, Magnes Press, Jerusalem; Hans Korteweg,
Zonder Einde, Servire; Z'ev Ben Simon Halevi, Kabbala en Exodus,
East-West Publications, Den Haag-Londen)

uit de Haggada: Rabban Gamliëel zei altijd
Pesach, Matsa en Maror uit de Haggada Musaph/van Voolen Pesach 5771/2011
Eerst iets over Gamliëel . Er waren twee belangrijke Gamliëels, grootvader en kleinzoon.
De Gamliëel van de aantekening onderaan p. 33 leefde eind eerste eeuw Westerse jaartelling en was belangrijk voor de voortzetting van het jodendom na verwoesting van Jeruzalem in de zogenaamde school van Javné.
Grootvader Gamliëel leefde tegen het midden van de eerste eeuw en stierf voor de verwoesting; hij stond als lid van het Sanhedrin bekend om zijn wijsheid en geleerdheid. Hij was de leraar van de apostel Paulus. Misschien is hij wel de Gamliëel van de Haggada, omdat de titel Rabban vooral met hem wordt geassocieerd.
Iets over de betekenis van de naam. Gamliëel betekent officieel God beloont mij, van het werkwoord gamal = belonen. Maar volgens mij is het ook goed Hebreeuws om te lezen: gam li Eel, ook voor mij is God, de Eeuwige is er ook voor mij, ietsje ruimer met het oog op hen die moeite hebben met het Godswoord: ook ik heb deel aan universele bron, ook voor mij is er in beginsel een plek in de schepping ingeruimd. En als het voor mij geldt dan ook voor u en voor jou en voor jou en voor ons allen.
Graag ga ik nu over tot de teksten, waarvan ik de eer heb die te mogen lezen.
Enkele woorden zal ik er tussendoor spreken.
Lezen p 32: Rabban Gamliëel zei altijd / Rabban Gamliëel haja omèr etc. Pesach, matsa oemaror.
Pesach De haggada gaat verder met het Pesach offer, dat nu wordt gesymboliseerd door het botje.Pesach komt van het werkwoord "pasach", dat pas later "overslaan om te ontzien" is gaan betekenen; oorspronkelijk betekent het huppelen van het ene been op het andere, hinkelen of hinken. Volgens Martin Buber kan het geduid hebben op de oorspronkelijke rituele reidans van de herders in de lente; "chag" = "feest" betekent ook oorspronkelijk reidans.
Nu duidt het op het overslaan door de mal'ach ha-mawet van de joodse huizen.
Het pesach offer is in belang zeer verminderd sinds de verwoesting van de tempel en het botje wordt niet meer opgetild.
Lezen p 32.
Matsa Belangrijker in de symboliek en de rituelen is de matsa geworden., het ongezuurde en dus ongerezen brood. Alles wat gistproduct is, chameets, wat de materie doet rijzen, opblaast, vult met lucht, groter maakt, moet uit het huis verwijderd worden. Wat mij aanspreekt is de associatie die via het rijzen gelegd wordt met alles wat in u en mij, in ons opgeblazen is, arrogantie is, veel belangrijker gemaakt wordt dan het is ten koste van essentiële zaken.
Kijk om je heen en zie hoe enorm veel zaken worden opgeblazen, windbuilen, gebakken lucht, financiële luchtbellen, die ons naar de economische afgrond brengen.
De matsa herinnert mij aan mijn arrogantie, opgeblazen eigenbelang, zelfgenoegzaamheid en roept mij op om te komen tot eenvoud, om aan het ego van Egypte voorbij te gaan naar eenvoud en essentie.
Lezen p 34
Maror In Maror, het bittere kruid, zit het woord ‘mar', bitter. Bitter was het lot van de slaven, Sjemot begint met het bitter geschrei van het afgebeulde Israel. Dat steeg toen het hemel, staat geschreven, maar of het bitter geschrei uit getto's en kampen in later eeuwen ook die hemel bereikte? Je vraagt het je af.. Maar goed: het maror kruit gedenkt alle zeeën van bitterheid van alle eeuwen, zullen we maar zeggen.
Op het persoonlijk niveau confronteert het bitterkruid ons ook met onze eigen bitterheid, met ons zuur en de onvermijdelijke pijnen, die wij in ons eigen Egypte hebben opgedaan. Maar verbitterd blijven leidt uiteindelijk tot niets, tot uitzichtloze negativiteit. Ga ervan uit, dat er altijd iets van levenslust en kracht beschikbaar en is er als je goed luistert een stem te horen die wijst naar uitzicht, een Mozaïsche stem zo te zeggen. Daarom dopen wij de maror in de charoset, het zoet helpt het bitter te dragen en wijst naar de vrijheid.
Lezen p 34

Lag baOmer
Omer staat hier voor de rouwperiode tussen Pesach en Shavoeot. Lag baOmer is uitzondering op de rouw omdat dit de dag was waarop er een einde kwam aan de geheimzinnige massale sterfte van de leerlingen van Rabbi Akiva in de tweede eeuw van de gangbare jaartelling. Deze rabbi was vermaard om zijn geleerdheid ten aanzien van de Mishna.
Tevens is het de overlijdensdag van Rabbi Shimon bar Yochaj, de schrijver van het kabbalistische boek Zohar. Hij wilde dat zijn overlijdensdag als feestdag gevierd zou worden. Vele duizenden met name chassidische joden bezoeken op deze dag zijn tombe in Meron nabij Safed in het noorden van Israël.
Omdat Lag baOmer de enige in 49 dagen is dat men mag trouwen, worden er heel veel huwelijken op die dag gesloten. (uit Wikipedia)
Op Mount Meron bij Tsfat worden vreugdevuren ontstoken en driejarige jongetjes voor het eerst geknipt
Wat meer over de Omertelling, de rouwperiode en Lag BaOmer
In deze periode tellen we Omer vanaf de tweede dag van Pesach tot de vijftighste dag: het Wekenfeest, hebreeuws: Sjawoeot. Iedere dag zeggen we: ‘Baroecha ata Hashem elohenoe melech ha-olam asher kied'shanoe be-mitswotav we-tsiwanoe al sfirat ha-omèr. Hajom jom - hoeveelste dag het is - la-omer'.
De periode van 49 dagen is een rouwperiode ten gevolge van de plotselinge dood van 24000 leerlingen van de beroemde leraar Rabbi Akiva, tweede eeuw gewone jaartelling. De legende (in de Talmoed) zegt, dat dit het gevolg was van hun gebrek aan respect voor en jaloersheid op elkaar.
Rabbi Simon Jacobson vergelijkt deze raadselachtige en wrede gebeurtenis met Nadav en Avihoe, de twee zonen van Aharon, die wegens ‘vreemd vuur' (eesj zara) door de bliksem werden getroffen (Lev. 9:23-10:4), waarschijnlijk omdat zij in hun fanatieke toewijding het contact met hun omgeving en hun dienende taak verloren hadden. De 24000 leerlingen van Akiva, allen hoogbegaafd en fanatiek, overschreden op vergelijkbare manier de grenzen van hun taak uit het oog en gingen vurig op in hun eigen brilliantheid en verdroegen de mening van hun collega's niet meer. Simon Jacobson heeft begrip voor de passie van de leerlingen, die alle grenzen uit het oog verloren in hun streven naar de opperste nabijheid. Tegelijk destilleert deze lezenswaardige uitlegger de les, dat passies de kunst van de terughoudendheid broodnodig hebben.
Op historisch niveau bekeken is de veronderstelling niet ongerechtvaardigd lijkt me, dat de dood van deze menigte studenten geplaatst moet worden in de oorlog tegen de Romeinen, die de Joden, geprest door de onbarmhartige verboden van keizer Hadrianus – o.a. om te besnijden – en zijn plan om een Romeinse tempel op de plaats van de in 70 verwoeste tempel te bouwen, in 132 waren begonnen onder militaire leiding van Shimon bar Kochwa en onder spirituele leiding van Rabbi Akiva.
Aanvankelijk boekten de opstandelingen successen. Aangenomen werd, dat het keerpunt in de opstand ten gunste van de Joden plaats vond op de achtiende van de maand Iyar, de dag die nu de rouwperiode even onderbreekt, de dag die we nu Lag baOmer noemen. Later nam men aan, dat ook op die datum het sterven van de Akivastudenten gestopt zou zijn.
Ruim twee jaar was er even weer een Joods Rijk. Shimon bar Kochwa werd door velen als Masjieach gezien en hij kreeg de titel ‘nassi', vorst. Maar de Romeinen rukten ten slotte met overmacht op en in de slag bij Betar, 135, werden de joden verslagen.
Rabbi Akiva werd gekruisigd.
De vele leerlingen van Rabbi Akiva, zouden die niet als toegewijde soldaten zich bij het leger van Shimon bar Kochwa hebben aangesloten en zouden ze niet met passie tegen de Romeinen hebben gestreden? Waarschijnlijk zijn ze dan als helden op het slagveld gestorven of door de Romeinen na de capitulatie geëxecuteerd, net zoals hun leraar.
In de Talmoed is dan dit gebeuren, zou men kunnen zeggen, getransformeerd tot een verhaal in religieuze sfeer.
In ieder geval is één leerling van R. Akiva aan de dood ontsnapt door zich voor de Romeinen verborgen te houden in een grot, 13 jaar lang, Shimon bar Yochaj, tezamen met zijn zoon Eleazar. In de grot studeerden zij dag en nacht Tora, zo wil de legende, en hun diepe inzichten leidden later tot het leggen van de basis voor de mystieke geschriften van de Zohar.
Merkwaardigerwijs werd de sterfdag van Shimon bar Yochaj ook gesitueerd op 18 Iyar, dus Lag baOmer gedenkt ook vooral dat. Omdat deze Joodse wijze bepaald had, dat die gedenkdag een feestdag moest zijn, is de onderbreking van de rouwperiode geen beletsel om de traditionele vieringen op die dag te plegen.
|
SOEKOT

Soekot,
het loofhuttenfeest, is zoals vele Joodse feesten het een feest
met vele lagen; het.is een seizoensfeest, een geschiedenisfeest
en een spiritueel feest.
in
de kalender
In
de Joodse feestkalender is Soekot naar zijn aard te plaatsen
in twee reeksen.
Het
is in de reeks hoge feestdagen – samen met de als het ware aangeplakte
dagen van Sjemini Atseret en Simchat Tora - het feest, dat die
hoge feestdagen afsluit. Het valt vijf dagen na Jom Kipoer,
op de vijftiende van de Joodse maand Tisjri (en dus meestal
in oktober) en duurt 7 dagen. In de diaspora zijn de eerste
twee dagen heilige feestdagen ( Jom Tov) met werkverbod. De
zevende dag is ook een speciale dag, Hosjana Raba, maar geen
officiële Jom Tov. De achtste dag is Sjemini Atseret (het
Slotfeest), een Jom Tov en rustdag, ingesteld in Lev. 23: 29.
De negende dag is Simchat Tora (Vreugde der Wet). In Israël
en het Liberale Jodendom worden de laatste twee feesten gecombineerd.
Soekot staat in het teken van lichtheid en vreugde. Uitdrukkelijk
zegt de Tora: we-hajta ach sameach (Deut. 16:15), je
zult volkomen blij zijn. Een van de andere namen van het feest
is: chag simchatenoe, feest van onze blijdschap. Na de dagen
van inkeer, vernieuwing en verzoening, die Rosj Hasjana en Jom
Kippoer inhouden, vormt Soekot een vreugdevolle afsluiting en
luidt eerst waarachtig een nieuwe jaarcyclus in.
seizoensfeest.
Soekot
is de derde in de reeks pelgrimsfeesten, opgangsfeesten, samen
met Pesach en Sjawoeot., feesten waar de mannen werden opgeroepen
naar Jeruzalem te trekken.
Alle drie zijn van oorsprong feesten die wortelen in een agriculturele
samenleving. Het zijn seizoensfeesten . Zoals Pesach, oorspronkelijk
wellicht een herdersfeest, het lentefeest is, de tijd waarin
de eerste tarwe is geoogst, en Sjawoeot het feest is van de
eerstelingen, de gerstoogst, is Soekot het feest van de late
oogst, vooral van de druiven.
Soekot heet ook wel chag ha-asif, het feest van de inzameling;
in die zin is het ook oorspronkelijk een soort dankdag voor
het gewas, terwijl ook de smeekbede om voldoende regen in de
toekomst in de liturgie nog meeklinkt.
Overvloedige oogsten en voldoende regen betekenden geen zorgen
voor de winter en daarna, maar een magere oogst en uitblijven
van regen betekenden grote zorgen en de kans op hongersnood.
In ons Nederland van deze jaren gaan we daar makkelijk aan voorbij,
maar in vele delen van de wereld komt dit nog steeds dicht aan
de huid.
de
soeka
In
vele gebruiken is dat nog terug te herkennen: die basis in de
landbouw; en kenmerkend voor het jodendom is de transformatie
oorspronkelijke agriculturele riten naar de context van geschiedenis
en de creatie van nieuwe religieus-spirituele betekenissen.
Het
feest Soekot laat dat goed zien. Centraal staat de soeka, de
loofhut. Een tweede belangrijk cultisch object is de loelav,
de bundel takken en twijgen plus de etrogvrucht.
De
soeka is een hut, die men bouwt in de tuin, aan het huis, op
het balkon of op het dak, een primtief bouwsel, dat men na Jom
Kipoer begint te bouwen of weer samenstelt uit de vorig jaar
opgeborgen latten of andere bouwelementen. Het voorschrift staat
in Lev. 23: 42: Zeven dagen moeten jullie in hutten wonen;
alle ingezetenen in Israël moeten in hutten wonen.
De
rabbijnen hebben later uitgebreid en precies omschreven waaraan
de loofhut minimaal moet voldoen. Zo moet hij minstens twee
eigen wanden hebben, plus een klein stukje, sommigen zeggen:
totaal twee en een halve wand. De wand mag van allerlei materialen
zijn gemaakt, b.v. latten met zeil. Het dak moet gemaakt zijn
van materiaal dat in de grond gegroeid is geweest, maar daaruit
los gemaakt, zoals latten en riet. Er moeten openingen zijn
in het dak, zodanig dat je 's-nachts de sterrenhemel kan zien,
maar de schaduw die de dakbedekkende elementen geven moet meer
zijn dan het zonlicht er overdag door kan schijnen.
Een belangrijk onderdeel van de soeka is de versiering met loof,
fruit en kindertekeningen. Het bouwen van de loofhut door het
gezin is met name voor de kinderen een spannend gebeuren.
De hut wordt ingericht met een tafel, stoelen, servies e.d.
Aannemelijk
is de hypothese dat de soeka voortkomt uit de provisorische
hutjes die de landarbeiders gebruikten om te overnachten tijdens
de oogst van druiven en andere late seizoensgewassen. Daar doen
de hutten qua structuur méér aan denken dan aan
onderkomens die dienden voor de veertigjarige woestijntocht,
maar dáár is de soeka in de eerste plaats mee
geassocieerd; in Lev. 23:43 is te lezen: opdat jullie toekomstige
geslachten het zullen weten, dat ik de Kinderen van Israël
in hutten heb laten wonen, toen Ik hen uit het land Egypte heb
gevoerd .
Het
oude landbouwfeest heeft in het Jodendom dus een flinke transformatie
ondergaan.
Het is het geïnspireerde inzicht van Mozes geweest om de
oude cultische riten te vernieuwen, te zuiveren en te transformeren
in feesten, die de geschiedenis van Israël markeren en
tegelijk geladen zijn met een indringende ethische en spirituele
betekenis.
Soekot roept in herinnering hoe Goddelijke voorzienigheid het
volk van Israël in de meest primitieve omstandigheden van
woestijn en ontbering door de tijd heeft geleid.
Daarmee is, niet alleen voor Israël maar voor alle mensen,
een grondbetekenis van Soekot: het weer besef hoe geworteld
wij zijn in de natuur, hoe wij overgeleverd zijn aan de grillen
van het lot, onderworpen aan de voorzienigheid van de Eeuwige,
het appelleert indringend aan een bewustzijn hoe dicht wij toch
nog staan bij de oerelementen, een bewustzijn dat in onze luxueuze
huizen of flats, temidden van onze moderne voorzieningen, maar
al te verduisterd is.
Het meest van alle feesten brengt Soekot ons weer in relatie
met de natuur.
Diepere betekenissen zoals boven beschreven klinken steeds mee
in de vreugdevolle en speelse ambiance van de Soeka .
Een stukje meebepalende motivatie is wellicht nog te zoeken
in de mens als groot kind, als ik mij bedenk hoe spannend en
leuk het was en is als kind een hut te bouwen in de tuin, in
de boom of op het speelveld.
Het is de bedoeling zeven dagen in de soeka te verblijven. In
de praktijk van ons noordelijk klimaat komt het neer op het
dagelijks nuttigen van een maaltijd, lernen of een goed gesprek..
In
Nederland heeft niet iedereen de gelegenheid om een soeka te
bouwen. Sommige gemeenteleden hebben er wel een en ontvangen
dan hun gemeentegenoten. Grotere synagogen hebben een kamer
of zaal met een te openen dak en die kan dan als soeka worden
ingericht.
de
loelav 
In
de soeka en in de sjoeldiensten op Soekot wordt een belangrijke
plaats ingenomen door de Loelav. Dit is de combinatie van de
etrogvrucht – een citrussoort uit Israël– en een bundel
van een palmtak (van de dadelpalm), 2 wilgentakken en 3 myrtetakken.
Dit zijn de zogenaamde ‘arba miniem', de vier soorten, zoals
ze worden opgevat ingevolge het voorschrift van Lev. 23, 40:
‘Nemen jullie op de eerste dag een mooie vrucht, een tak
van de dadelpalm, een mirtetak en beekwilgen…'.
Ieder
jaar worden ze na nauwkeurige inspectie – vooral van de etrog
- samengesteld.
De
vrucht en de bundel worden in de hand gehouden en in de Soeka
zegt men de bijbehorende zegenspreuk (beracha) en dan worden
ze in zes richtingen van de schepping gezwaaid, naar het oosten,
zuiden, westen, noorden, naar de hemel omhoog en naar de aarde
omlaag. Dit is het zogenaamde ‘sjokkelen'.
In de diensten worden ze in de hand gehouden tijdens de dagelijkse
rondgangen om het spreekgestoelte en de tijdens iedere dienst
gereciteerde psalmen, het zogenaamde Halleel, psalmen 113-118.
Op twee momenten tijdens psalm 118, waarop ‘Hosja na' (=red
ons toch) wordt gezegd worden ze gezwaaid.
Ook
de loelav heeft ongetwijfeld zijn oorsprong in landbouwrituelen.
Mogelijk heeft de bundel symbool gestaan voor de overvloedige
geschenken van de natuur.
Maar
de midrasj heeft zich ook over de loelav ontfermd en heel gangbaar
is deze symboliek:
de bestanddelen van de loelav vertegenwoordigen de leden van
de gemeenschap. De etrog heeft geur én smaak en symboliseert
degene die Tora leren maar ook doen. De myrte geurt maar heeft
geen smaak, en staat voor degene die wel kennis heeft maar deze
niet in praktijk brengt. De palmtak verwijst naar de dadel,
die smaakt lekker maar heeft geen geur; hij vertegenwoordigt
degene die goede daden praktiseert maar zich verder niet met
kennis van de Tora bezig houdt. De wilgentak heeft geur noch
smaak en staat voor degene zich noch in kennis nog in daden
onderscheidt. Toch horen allen in de gemeenschap van Israël,
heeft ieder zijn bijdrage en kan ieder in beginsel van ‘soort'
veranderen; vandaar dat deze soorten verenigd zijn tot één
bundel.
meer
betekenissen
Zoals
gezegd heeft Soekot een schat aan gewoonten en symboliek, die
verwijst naar ruimere betekenissen, die landbouw en geschiedenis
overstijgen.
Een
aantal wil ik nog aanstippen.
Soekot
duurt zeven dagen. Een gebruik is om iedere dag – naast de gewone
gasten - een spirituele gasten te ontvangen, illustere voorbeelden
uit het bijbels verleden, die aangeduid worden met de verzamelterm
uit het Aramees ‘Oesjpiezien', de eerste dag staat Awraham centraal,
de tweede dag Jitzchak, dan Jacob, Jozef, Mozes, Aharon en op
de zevende dag David. Ze worden geassocieerd met de zeven lagere
sefirot (dus van Awraham=chesed, ‘lovingkindness' naar David=malchoet,
(G-d's) koninkrijk)
De
zeven dagen verwijzen ook naar de zeven scheppingsdagen. Hierin
krijgt het feest van Soekot ook een meer dan alleen geschiedkundige
en religieuze betekenis voor het Joodse volk, het ‘am Jisraël;
het krijgt een universele strekking voor de hele mensheid.
Dit
komt ook al enigszins tot uiting in het zwaaien van de loelav
naar alle richtingen van de schepping, oost, zuid, west, noord,
hemel en aarde.
Diezelfde combinatie van bijzonder en universeel ligt ook besloten
in de sjabbat, die ter herdenking is van zowel de schepping
– zecher ma'asee - als de uittocht uit Egypte – zecher jetsiat
Mitsrajiem - .
Ook
de voorschriften rond de soeka bevatten een verwijzing: de afmetingen
en hoedanigheid van wand en dak van deze plek van beschutting
en vrede zijn precies beschreven, maar de horizontale omvang
is onbeperkt. Hij kan in principe de hele wereld omvatten!
Zo landen we aan bij de Messiaanse strekking van het loofhuttenfeest,
dat als een metafoor te zien is voor – in de woorden van R.
Yehuda Aschkenasy en Eli Whitlau - het dwalen van de mensheid
in de woestijn van de geschiedenis op weg naar de eindtijd,
naar de soekat sjalom , ‘de loofhut van de vrede' die
eens over de aarde zal worden gespreid, wanneer de Heilige Hij
zij gezegend Zijn Aangezicht niet meer verbergen zal. De profeet
Zacharia besluit zijn profetie met het beeld van een universeel
loofhuttenfeest:
De
overlevenden van de volken die Jeruzalem hebben belaagd, zullen
dan jaarlijks naar de stad komen om de HEER van de hemelse machten
als koning te vereren en het Loofhuttenfeest te vieren .
In
diezelfde passages zegt Zacharia de woorden die in het Alenoe-gebed
zijn opgenomen:
En
de HEER zal koning worden over de hele aarde. Dan zal de HEER
de enige God zijn en zijn naam de enige naam .
Soekot
in de Evangeliën
Tenslotte
deze vraag: klinkt Soekot nog door in het Christendom?
De eerste
twee pelgrimsfeesten, Pesach en Sjawoeot, hebben hun christelijke
tegenhanger gekregen in de vorm van Pasen en Pinksteren. Van
Soekot is er weinig spoor te bekennen.
De christelijke
dankdag voor het gewas is zo toch niet echt te kenschetsen.
Interessant is Thanksgiving Day, een dankfeest voor de oogst
in de U.S. dat ook zijn wortels heeft in de geschiedenis, die
van de Pilgrim Fathers.
Sommigen menen dat in de Evangeliën wél sporen zijn
te vinden van Soekot.
Zo is er de verheerlijking op de berg, waar Petrus sprak: “tegen
Jezus: ‘Heer, het is goed dat wij hier zijn. Als u wilt zal
ik hier drie tenten opslaan, een voor u, een voor Mozes en een
voor Elia.'” . De evangelist gebruikt voor tent het woord
‘skènè', dat de griekse vertaling is voor ‘soeka'.
De aanwezigheid van Mozes en Elia doet denken aan het gebruik
van de ontvangst van spirituele gasten tijdens Soekot. Vond
de verheerlijking op de berg plaats tijdens Soekot?
Een aantal
bijbelgeleerden viel het op dat de intocht van Jezus in Jeruzalem,
die de Goede week inluidde, sterk deed denken aan Soekot. Zo
staat er (Mattheus 21):
Vanuit de menigte spreidden velen hun mantels op de weg
uit, anderen braken twijgen van de bomen en spreidden die uit
op de weg. De talloze mensen die voor hem uit liepen en achter
hem aan kwamen, riepen luidkeels: ‘Hosanna voor de Zoon van
David! Gezegend hij die komt in de naam van de Heer. Hosanna
in de hemel!'
Het gaat
daarbij om de palmtakken, die niet bij Pesach horen maar wel
bij Soekot, en de roep ‘Hosanna' uit psalm 118. De mogelijkheid
is geopperd , het gebeuren van de intocht door de evangelisten
in de tijd telescopisch is verkort naar het Paasgebeuren. Ook
het citaat in de betreffende passage uit Zacharia doet denken
aan diens Messiaanse voorzegging van het universele loofhuttenfeest,
dat eindigt met: ‘Als die tijd aanbreekt, zullen er nooit
meer handelaars zitten in de tempel van de HEER van de hemelse
machten. '
Had Jezus,
toen hij de handelaren uit de tempel verjoeg tijdens wat misschien
de Soekot-week was, ook deze profetie van Zacharia voor ogen?
literatuur:
J.J.
Petuchowski, Van Pesach tot Chanoeka, Ten Have, Baarn
Edward
van Voolen, Joods leven, thuis en in de synagoge, Ten Have,
Baarn
Michael
Strassfeld, The Jewish Holidays, Harper and Row, New York
Tenachon
4, 1999, Over de Joodse feesten, Soekot, schuilhut voor alle
volken
website
b.v. Judaism 101: Sukkot. http://www.jewfaq.org
Sukkot
Rabbi
Berel Wein over Soekot:
Sukkot
comes at the exact right time of the year, psychologically and
emotionally speaking. If it were not for the advent of Sukkot
and all of the preparations involved regarding this festival
of joy and happiness, we would all be very depressed at having
to climb down from the pinnacle of Yom Kippur to everyday mundane
existence.
The
Torah allows us to contemplate our future year with a sense
of happiness and satisfaction. The sukkah signifies the protection
that the Lord will provide us with for the whole coming year.
Though the actual sukkah may be small and relatively flimsy
as compared to our homes, it nevertheless symbolizes faith,
serenity and confidence in the eternity of Israel and its Torah.
The
four species of vegetation that are an integral part of Sukkot
reinforce our appreciation of the beauty of God’s world.
It reminds us that the world can be a Garden of Eden and we
should endeavor not to destroy it or be expelled from it.
The
different species represent the harmony of nature, the flash
of its color and its built in symbiotic nature. Whereas pagans
worshipped nature, Judaism stressed its role as being one of
the great wonders of God’s creation.
Abraham
had it right when he stated that people wonder at the magnificence
of a beautiful building but ignore the genius of the architect
that designed it. Judaism, while always impressed by the wonder
of the building itself, always looks intently to recognize and
acknowledge the architect behind it.
Sukkot
helps remind us of the necessity to always search for that architect
in all of the facets of our lives and world.
Sukkot
also reveals clearly our dependence upon Heaven for rain –
for water. Without water in abundance, life cannot function
and grow. The Torah tells us that the Lord sent us purposely
into a land where water is a precious commodity. There are no
great rivers or giant lakes that appear on the landscape of
the Land of Israel. We are therefore dependent on the winter
season’s rains.
We
pray on Sukkot for those rains to be abundant, gentle and saturating.
Rain has a cleansing effect not only on the air we breathe but
on the life spirit that exists within us. Hence its deep association
with the joy of Sukkot.
Rain
and water also symbolize Torah and purification. Moshe, in his
final oration to Israel, states that his words of Torah should
be felt as gentle rain and dew descending on the Holy Land.
The prophet Yeshayahu compares Torah to water as does King David
in Tehillim.
The
holiday of Sukkot reinforces this connection with its own link
to Simchat Torah, the day that marks the conclusion of this
great and noble holiday period. For as obvious as it is that
the Land of Israel cannot survive and prosper without water,
so too the people of Israel will be unable to prosper and survive
without an attachment to Torah, its commandments and values.
The message of Sukkot is the perfect conclusion to the spirituality
of Yom Kippur. Rabbi Berel Wein
nog
iets over de jaarcyclus van joodse feesten
Het is mogelijk en inspirerend de cyclische beweging van de
Joodse feesten is te zien als een afspiegeling van de eigen
innerlijke ontwikkelingsgang, van het microniveau per dag, via
het mesoniveau van het jaar, naar het niveau van de gehele levensspan.
Soekot staat in het laatste geval voor de decennia 50 plus.
Pesach -
bevrijding uit vreemde onderdrukking en bewustwording naar vrijheid
en eigen authenticiteit
Sjawoeot – in vrijheid kiezen voor ethische omgang en naastenliefde,
de rouwperiode
rond Tisja be-Av – ontmoeting met de tegenstand van eigen innerlijk,
de weerbarstigheid van de materie, dood en verlies,
Rosj Hasjana
en Jom Kipoer - inkeer en ommekeer, tesjoewa, overgave
Soekot –
de vreugde van een nieuw begin, steeds na alle opgedane terugval
en tegenslag weer een nieuw begin, een nieuwe cyclus gaat in

fraai
bewerkte doos om de etrogvrucht in te bewaren

|
|
|